“Je vergeet gemakkelijk dat het doorstaan van kanker en de bijbehorende behandeling al een verbluffende prestatie is. Sta even stil bij de geestelijke inspanning die je hebt geleverd toen je week in, week uit de afdeling chemotherapie of de wachtkamer van het ziekenhuis binnenwandelde. Sta even stil bij de moeite die het kostte om een lach op je gezicht te laten verschijnen als je kinderen thuiskwamen uit school of om even met de buurvrouw te kletsen terwijl je pijn leed en misselijk was. Dat was hard werken en dat heb je tijdens de hele behandeling elke dag weer voor elkaar gekregen. Die geestelijke uitputting staat gelijk aan het lopen van een marathon, het beklimmen van een berg, het overzwemmen van Het Kanaal, of alle drie. Logisch dat je uitgeput bent”. 

 Bij de bibliotheek heb ik een boek geleend over ‘emotioneel gezond zijn bij kanker’ en dit stukje springt er uit voor me. Ik ben niet dagelijks bezig met mijn emotionele gezondheid. Na anderhalf jaar therapie, nog wat creatieve therapiesessies, 3 jaar cursus ‘contextueel pastoraat’ en doorzetten denk dat ik redelijk functioneer tegenwoordig en ken ik mijn valkuilen, maar het is toch wel goed om dit boek te lezen. Want het kan altijd beter en met kanker heb ik me niet bezig gehouden tijdens al die therapieën en cursuslessen.

Volgens het boek is somberheid of depressie een van de meest voorkomende bijwerkingen van kanker en bij een eerder doorgemaakte depressie is de kans nog groter. Nu heb ik eerder een depressie gehad, 7 jaar geleden en toch ben ik niet heel bang voor een herhaling. Wel is het hard werken om een beetje ‘emotioneel gezond’ door deze periode te komen, dat gaat niet vanzelf. Depressief ben ik niet, daarvoor geniet ik teveel van de dingen die ik weer kan doen, maar soms ben ik wel somber, boos, maak ik me zorgen, voel ik me alleen, kan ik niet slapen of moet ik zomaar huilen om het afgelopen jaar.

De laatste weken heb ik soms ineens een flashback. Dan kijk ik naar mijn handen en herinner me weer het prikken wat vaak mis ging en voel ik weer hoeveel pijn dat deed. Of ik lig op bed, woel met mijn handen door mijn haar en vind het gewoon gek dat er haar zit en weet ik nog precies hoe mijn kale hoofd voelde. Ik trek het laatje van mijn nachtkastje open waar de medicijnen nog liggen die ik gebruikte tegen de pijn en misselijkheid vorig jaar. De medicijndoos die ik had gekocht, toen ik me zo ziek voelde dat ik niet meer kon onthouden wanneer ik wat had ingenomen. Ik proef weer de vieze smaak van kaas, pepermunt, water en chocola. Ik zie mezelf weer de trap op strompelen, uitgeput op bed liggen, of huilend douchen op de douchestoel. Ik zie mezelf weer staan in de kerk en lopen op de begraafplaats, toen mijn vader is overleden.

Ik deed ’t allemaal en het lukte, maar ik voel nu pas hoe moeilijk het was en niemand, behalve God en ikzelf weet hoe zwaar het was om veel alleen te moeten doen.

Mijn lichaam vertrouw ik niet meer, alles wat ik voel is eng. Eigenlijk hebben we hier alle 4 last van. Nadat de jicht in z’n grote teen net over was kreeg mijn man deze week opeens opnieuw jicht in zijn andere voet. We schrokken allemaal  en reageerden op onze eigen manier. Ik zei geïrriteerd dat ik niet begreep dat hij gewoon doorwerkte, niet naar de huisarts ging en nu thuis opeens niet meer kon lopen en mijn dochter zei het nog duidelijker “ik word niet goed van die poot van jou”. Pas als ik hoor dat de huisarts heeft bevestigd dat het waarschijnlijk weer jicht is durf ik te zeggen dat ik van alles in mijn hoofd haalde en hoor dan dat hij dat ook deed.

Kanker verandert je zelfbeeld. De therapie en cursus leerden me de laatste 7 jaar van mezelf te houden en de weekendjes over het Vaderhart van God leerden me dat God mij echt ziet als Zijn kind. Toch is ook mijn zelfbeeld verandert door de kanker. Ik was altijd gezond en sterk en ik deed van alles tegelijk en ik had er plezier in. Iemand zei “jij kanker, dat kan toch niet, want je deed zoveel”. Ik ben niet meer die sterke Heleen, die alles aankon. Ik ben niet meer zo snel in mijn werk en ik besef dat ik daar stiekem toch een stukje identiteit vandaan haalde. Wie ben ik nu? Wie ben ik als moeder, zus, vrouw, collega, vriendin enzovoorts? Emotioneler, bezorgder dan voorheen maar ook meer volwassen, meer open, ik relativeer meer en durf meer. Ik durf tegenwoordig een beetje trots te zijn op de prestatie, het doorstaan van de kanker en behandelingen.

Geef een reactie