Herkenning ? (I)

Ds Poort

In september schreef ik een blog over Psalm 23. Eigenlijk was het gewoon een hoofdstuk uit een boekje van ds. Poort wat ik erg mooi vond. Ik bedacht toen dat ik nog 2 boekjes van hem in de kast heb over zijn ziekte, die misschien goed zijn voor een volgende blog.

Inmiddels heb ik ze na jaren weer gelezen. Ik dacht veel te gaan herkennen nu ik met dezelfde ziekte te maken heb. Dat was ook zo, maar ook weer niet. Deze blog gaat over iets wat ik herken, de volgende over wat ik minder herken.

Hard werken

De titel van hoofdstuk 7 is ‘Ik heb nog nooit zo hard gewerkt’. Op bezoek bij een een zieke in het ziekenhuis had iemand dit ooit tegen de dominee gezegd. Hij vond het een beetje overdreven, begreep het niet, maar later wel, toen hij zelf ziek in het ziekenhuis lag. Hij schrijft dat hij zijn begrafenis voor zich ziet, maar er nog niet aan toe is en daarom zo hard werkt, met lichaam en ziel. Hij schrijft ‘Werkelijk, werkelijk, ik heb altijd hard gewerkt. Maar nog nooit eerder zó hard gewerkt!’ Dit herken ik, ik ben er ook nog niet aan toe, ik wil er zijn voor mijn gezin.
Voor mijn ziekte deed ik van alles en ging maar door. Ik werkte 15 uur per week in de apotheek, ging één zaterdag per maand een hele dag naar cursus, deed mijn huiswerk voor de cursus en maakte een scriptie voor de cursus, deed het huishouden, hield de tuin bij, ging iedere zondag naar de kerk, schonk af en toe koffie op zondag in de kerk enzovoorts. Ik dacht dat ik hard werkte en dat deed ik ook, maar toch heb ik nog nooit zo hard gewerkt als na de operatie, tijdens de chemo’s en bestralingen. Nooit eerder heb ik me zo rot gevoeld als toen en ben ik zo moe geweest. Moe van de behandelingen en van angst en zorgen, ziek van de chemo’s en de pijn. Moe, van het ‘zelf doen’ en niet iedereen lastig willen vallen. Dat is pas hard werken!
Mooi vind ik in het boekje ook het antwoord op de vraag of je aan God mag vragen ‘waarom’, of dat we niet beter kunnen vragen ‘waartoe’. Jezus vroeg ‘Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ en in navolging van Hem mogen ook wij dat vragen.

Geef een reactie