Herkenning ? (II)

 

Herkenning en ook weer niet

Mijn vorige blog Herkenning? (I)  ging over wat ik herkende uit twee boekjes van Ds. Poort, die gaan over de kanker die hij had. Voordat ik ze weer ging lezen had ik verwacht meer te herkennen. Ik vind het nog steeds mooie boekjes en ik begrijp dat mensen er veel aan kunnen hebben, maar ik merkte dat ik de dingen anders beleef. Logisch, deze man was niet zo jong meer toen hij dit schreef en het is al meer dan 20 jaar geleden.

Ik las deze boekjes zo’n 10 jaar geleden en ik ben niet meer dezelfde als toen. Het ontzag voor God herken ik, iets wat ik in evangelische kringen soms mis. Ik lees over zondig en onrein zijn en angst om te sterven en dat herken ik minder. Het taalgebruik herken ik van vroeger, maar staat nu wel verder van me af.
Ik besef dat ik in geen enkel kerkelijk hokje meer pas. Ik ben een mix van ‘gereformeerd’ en ‘evangelisch’. Wat ik bij de ene kerk mis, vind ik bij de andere en andersom. Mooi is het om van beide de goede dingen te zien, beide hebben licht op een ander stukje van God en de Bijbel denk ik.

Relatie met God

Hans Groeneboer schrijft in het boek ‘Kerk aan de keukentafel’ dat we naar God toe mogen groeien. Geen mens kan de plaats tussen ons en God innemen. We hebben een rechtstreekse relatie met God en mogen autonoom zijn. Daardoor kunnen we ons in liefde voegen tussen andere leden van het lichaam, zonder onze eigen identiteit kwijt te raken. We hoeven niet meer te strijden om hetzelfde te zijn, omdat je je anders niet veilig voelt.
Gelukkig hoeven we niet hetzelfde te zijn en mogen we onszelf zijn. Iedereen is anders, onze God heeft geen robots gemaakt. Sinds de zondeval is de mens steeds bezig met de vraag wat hij moet doen om oké gevonden te worden. De jacht naar erkenning van anderen. Dit is ongelofelijk vermoeiend, want er is altijd wel iemand in onze omgeving die ons niet oké vindt. Steeds meer je best doen helpt niet. We doen het nooit goed genoeg voor de mensen. In ons leeft de hoop, dat er iemand op ons pad komt die ons het gevoel geeft dat we helemaal onszelf mogen zijn. Maar we zijn al geliefd, door God de Vader. God houdt van ons als Zijn kind, Zijn Vaderhart verlangt naar ons. Toen Jezus werd gedoopt door Johannes, klonk er een stem uit de hemel van God de Vader Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” (Mattheus 3:17 HSV). Net zo lief heeft God de vader ook ons.

Geef een reactie