Een poosje geleden werd ik gevraagd door Cip (Christelijk Informatie Platform) voor een interview. Lang getwijfeld, toch maar gedaan. Dit is het geworden:

“Als kind was ik bang voor Jezus’ wederkomst”

Op jonge leeftijd was Heleen bang voor de dood, de wederkomst van Jezus en de hel. “Later heeft God me laten zien dat ik niet bang voor Hem hoef te zijn. Je hoeft niet lijdzaam af te wachten of je wel of niet bent uitverkoren,” vertelt de 42-jarige moeder van twee dochters. Ze vertelt over het vinden van geloofszekerheid, leven met God en haar leven met en na kanker.

Hoe ben je tot geloof gekomen?

“Ik ben opgegroeid in de Gereformeerde Gemeente en op jonge leeftijd was ik heel bang voor de dood, voor de wederkomst van Jezus, de hel en voor God. Op mijn 19e ging ik een keer naar een Hervormde Kerk in mijn woonplaats en hoorde daar een preek over Johannes 3:16. De dominee vertelde dat er in de grondtekst ‘kosmos’ staat en ik kreeg toen een beetje hoop dat Jezus dan heel misschien ook voor mij was gestorven. Want ‘kosmos’, dat waren niet alleen de uitverkorenen zoals mij altijd was geleerd, maar de hele wereld. In theorie was het dus voor mij ook mogelijk, al kon ik dat nog moeilijk geloven. Ik bleef in de Hervormde kerk en een paar jaar later deed ik er belijdenis van mijn geloof, maar toch durfde ik me nog geen kind van God te noemen. Toen in 1999, kort achter elkaar mijn tante en mijn schoonvader zijn overleden, besefte ik dat ik zelf een keuze moest maken. Dat het niet aan God lag, maar aan mij. Dat ik die keuze mocht en kon maken, omdat God eerst voor mij had gekozen.

Mijn angst voor de eindtijd en de wederkomst van Jezus was nog niet weg. In 2009 belandde ik in therapie met een depressie. Daar kwam onder andere die angst ter sprake en de angst verdween. Ik kon het bijna niet geloven en luisterde thuis via internet een preek over de wederkomst. Een preek uit een evangelische gemeente, omdat ik wist dat ze daar vaak iets concreter waren over de wederkomst. Ik wilde testen of ik echt niet meer bang was. Die preek raakte me en maakte me nieuwsgierig en ik luisterde nog veel meer preken via internet. Na mijn therapie deden mijn man en ik een avond-discipelschapstraining bij zendingsorganisatie Jeugd met een Opdracht (JmeO). Daar hoorden we veel nieuwe dingen over God als Vader, Jezus en de Heilige Geest. God kwam dichterbij en het geloof werd meer concreet voor me.”

In 2015 is bij jou baarmoederkanker geconstateerd. Ik kan me voorstellen dat je leven op z’n kop werd gezet. Hoe ziet je leven er sindsdien uit?
“Mijn leven stond inderdaad op zijn kop,” antwoordt Heleen. “Voor april 2015 dacht ik kerngezond te zijn. Ik was nooit ziek en had een druk leven met gezin, kerk, werk en een cursus ‘contextueel pastoraat’ die ik volgde bij de stichting Koinonia. Opeens had ik kanker, werd ik geopereerd, kreeg ik 6 chemokuren en 23 bestralingen, werd ik ook echt heel ziek en kon ik bijna niets meer. Ik moest hulp vragen aan anderen, terwijl ik gewend was alles zelf te doen. Dat vond ik heel moeilijk.

De eerste 3 maanden van dit jaar deed ik oncologische revalidatie waar ik leerde omgaan met de gevolgen van de kanker. Sinds kort werk ik weer en ben ik weer begonnen met het laatste jaar van de cursus. Alles wat ik doe kost me veel energie, al is dat aan de buitenkant niet altijd te zien. Volgens de artsen zal dit nog wel verbeteren. Dat zou fijn zijn, want ik wil nog zoveel doen. Ik wil meer doen dan ik nu kan en dat is nog steeds wennen. Ook blijft de angst dat de kanker toch niet helemaal weg is of terug zal komen altijd aanwezig, omdat de kanker was uitgezaaid. Die onzekerheid is moeilijker dan het feit dat ik minder energie heb.”

Welke gevolgen heeft je ziekte voor je relatie met God? Ervaar je troost uit je geloof?
“Tijdens de chemokuren was ik vaak te ziek om te bidden of Bijbellezen. Het was goed te weten dat God altijd bij mij is en ik wist dat er door veel mensen voor mij werd gebeden. Het troost mij dat God mij begrijpt, dat Hij als een Vader voor mij zorgt, wat er ook gebeurt. Zeker in het begin, toen nog niet duidelijk was of ik kanker had en hoe ver het was, was ik bang en onzeker. Opmerkingen als ‘je moet niet negatief denken of praten, want dan krijg je het juist’ of ‘God wil altijd genezen’ waren niet echt helpend op dat moment. Het troostte me te weten dat God de Vader mij wel begrijpt. Dat ik Hem alles kan zeggen. Hij begrijpt dat ik bang ben en het mag ook, want Jezus was ook wel eens bang lezen we in de Bijbel.”

In hoeverre kijk je door je ziekte anders tegen de dood aan dan voorheen?
Heleen: “De dood kwam opeens een stuk dichterbij toen ik hoorde dat ik kanker had. Dat vond ik vooral verschrikkelijk als ik aan mijn man en kinderen dacht. Ik wil er nog heel lang voor hen zijn en bij hen blijven!

Toch kijk ik voor mezelf nu eigenlijk niet anders tegen de dood aan dan voorheen. Door mijn angst als kind/tiener voor God en de wederkomst van Jezus was ik altijd al met de dood bezig. Ik mag weten dat ik een kind van God ben. Dat ik niet meer bang ben voor de dood is het grootste wonder dat Hij kon doen.

Al vaker werd ik van dichtbij met de dood geconfronteerd. Mijn moeder is 6 jaar geleden overleden aan borstkanker en mijn vader is vorig jaar plotseling overleden aan een hersenbloeding, een week na mijn derde chemokuur.

Door dit alles is nadenken over de dood niet nieuw voor mij. Natuurlijk wil ik leven en nog lang van mijn man en kinderen genieten, maar als de kanker terug zou komen en ik sterf, ga ik naar mijn Vader in de hemel en daar zal ik nooit meer bang zijn.”

Welke geloofsles heb je geleerd in je leven als christen en zou je met onze lezers willen delen?
“God heeft me laten zien dat ik niet bang voor Hem hoef te zijn,” geeft ze mee. “Je hoeft niet lijdzaam af te wachten of je wel of niet bent uitverkoren, maar je mag zelf kiezen voor Hem. In het paradijs hadden we al een keus om wel of niet te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Dat was liefde van God, want bij liefde moet er een vrije keuze zijn. Wij maakten de verkeerde keuze, maar meteen was God daar weer en riep ‘Adam, waar ben je?’ Jezus stierf voor ons om deze keuze mogelijk te maken, zodat de weg naar de Vader weer open was. Als we willen weten wie God is, moeten we kijken naar Jezus.

God is niet ver weg, Hij woont in ons en wil een relatie met ons. We komen tot ons doel door in relatie te leven met Hem en met mensen. Het leven is niet altijd makkelijk en bijvoorbeeld je jeugd en het onrecht van generaties vóór ons kan invloed hebben op je latere leven. Het is goed om jezelf hiervan bewust te worden, zodat je erover kunt rouwen. Daarna kun je verder en weer de verantwoordelijkheid over je leven nemen en je eigenwaarde terugwinnen. En durf uniek te zijn, want God maakte ons allemaal verschillend. Mensen in de kerk denken soms niet na en praten de dominee of voorganger na. Maar we mogen zelf nadenken en worden zoals God ons heeft bedoeld en groeien in geloof.”
3 november 2016

Reacties op “Interview Cip.nl – “Als kind was ik bang voor Jezus’ wederkomst”

    1. Dankjewel. Ik ben niet levensmoe hoor ;). Misschien blijft de kanker wel weg en mag ik nog lang bij man en kinderen blijven. Maar de angst zoals ik die vroeger had is gelukkig weg!

Geef een reactie