8e1ca9000f16633d3fc7906241aa5d56Ik zit op de bank, met de laptop en schrijf deze blog. Op tafel staat mijn thee, maar ik ben eigenlijk te moe om op te staan en het op te drinken. Boven hoor ik de wasmachine gelukkig nog draaien, dus de was hoef ik in ieder geval nog niet op te hangen. Ik ben moe, eigenlijk te moe om deze blog te schrijven. Ik wil niet klagen en niet zielig zijn en al helemaal geen medelijden opwekken bij anderen, maar dit is nu even de realiteit.

Ik pak het boek ‘Een niet geplande reis’ van Annette Hartman en zoek achterin het boekje naar de hoofdstukken die gaan over de periode ná haar behandelingen. Wat ik lees is ongelofelijk herkenbaar. Gelukkig, ik ben dus niet gek. Ik citeer wat van Annette, omdat ik het niet beter kan verwoorden dan dit en ik weet niet of ik hiermee nu anderen wil overtuigen of gewoon zelf de bevestiging nodig heb van iemand anders:

“Je kunt opeens weer doen en laten waar je zelf zin in hebt. Dat is een vreemde gewaarwording na al die maanden waarin je leven werd bepaald door doktoren, chemokuren en bloeduitslagen. Je bent dankbaar en enorm blij. Je leeft in een soort roze wolk. Het leven lijkt je weer toe te lachen. Het is ook best vreemd. Maandenlang heb je niet geleefd, maar het overleefd. Nu kun je weer leven…. Maar dan begint de emotionele verwerking van alles wat je hebt meegemaakt. Je krijgt langzaam maar zeker weer weer wat meer energie en er komt ruimte voor je emoties”.

“Je valt in een gat. Alle hulp van buitenaf valt weg. Je wilt het weer zelf doen. Voor de mensen ben je genezen. De dokter heeft je nog niet genezen verklaard, want dat gebeurd pas als je over vijf jaar nog steeds in remissie bent”.

“Aan één kant wil je natuurlijk niets liever dan dat het ‘over’ is, je wilt natuurlijk niet blijven steken in zelfmedelijden! Bovendien is er altijd die andere dimensie die jou diep van binnen blij en dankbaar heeft gemaakt omdat je vandaag nog leeft. Maar aan de ander kant is het gewoon niet ‘over’: de controles in het ziekenhuis blijven iedere keer opnieuw spannend, je lichaam is veranderd, je denken is veranderd, je hele leven is veranderd”.

“Iedere dag opnieuw moet je leren omgaan met de lichamelijke kwalen en beperkingen, waar je vroeger nooit last van had”

“Laat je niet door anderen opleggen dat je alleen maar blij en dankbaar mag zijn. Natuurlijk ben je dat, want je leeft nog. Maar dat geld toch eigenlijk voor iedereen? Iedereen moet dankbaar zijn voor elke nieuwe dat die God hem geeft! Jij hebt echter iets meegemaakt, waarvoor je de tijd mag nemen om het te verwerken”.

“God weet dat je ziekte ook nu nog heel reëel is voor jou. Het enige wat jij hoeft te doen is wachten op de Heer. Hij zal je kracht geven en troosten”.

Geef een reactie