Al een half jaar ben je er niet meer en ik heb nog nooit iemand zo gemist als jou. Het lijkt alsof iedereen het is vergeten, maar ik niet. Ik stond vanmorgen op de loopband bij de revalidatie en zag de ambulances voorbijkomen. Zo kwam jij daar ook binnen vorig jaar. Waarom ging je dood aan een hersenbloeding? Je was toch nooit ziek?  

Ik kon jou nog niet missen. Je zou toch met me meegaan naar de bestralingen? Van de 23x ben ik nu 20x alleen geweest, helemaal alleen met de auto, vaak huilend op de terugweg en soms ging het maar net. Je zou me voor gek verklaren als je het wist, maar tegelijkertijd zou je het begrijpen. Want je was zelf net zo eigenwijs en ook niet gewend om anderen iets te vragen.
Nu je er niet meer bent leer ik je nog beter kennen. Ik zie mezelf dingen doen die jij ook deed, ik zie mezelf reageren op dingen zoals jij ook deed. Ik herken de eenzaamheid achter soms grote woorden. 
Jarenlang waren we een team. In vakanties splitsen we soms op. Ma ging met A. naar de markt en ik met jou. Vier weken lang elke maandag struinden we de rommelmarkt af en aten een softijsje. Vaak zonder veel tegen elkaar te zeggen, dat was niet nodig. We gingen samen naar een orgelconcert. In de herfstvakantie ging ik soms met je mee naar kantoor. Daar mocht ik een spelletje doen op een computer. Toen ik wat ouder werd spraken we over de vragen die ik had over de kerk. Ik werd Hervormd en jij was blij voor me, en een jaar later kwamen jullie ook. Je miste me toen ik trouwde, waarschijnlijk net zoals ik jou nu mis. Er is nu niemand meer die me ‘Lee’ noemt in plaats van Heleen, niemand die ik iets kan vragen over vroeger. 
Ik ben zo trots dat ik op jou lijk. Het was niet altijd makkelijk, maar jij ging door, regelde dat we weer verder konden met leven. Je had soms een grote mond, maar was wel eerlijk. Je had geen twee gezichten. Mensen wisten wat ze aan je hadden en je was trouw. Ik hoop dat anderen dat ook over mij zeggen en dat er mensen blijven die net zoveel van me houden als ik van jou hield.

Geef een reactie